30. mei, 2013

Koud! (februari 2012)

Terug naar de natuur. Dat was zo’n beetje het idee, toen Hans en ik besloten om te verhuizen van Amsterdam naar Drenthe. En het is natuurlijk heerlijk, als je in augustus bij een lekker zonnetje in je eigen tuin achter een glaasje zit. Kijkend naar je paardjes, die dolgelukkig op de wei naast die tuin staan te smullen van overheerlijk zomergras. Maar in januari, bij een temperatuur van -10 en een gevoelstemperatuur van -17 is het toch een ander verhaal.

Rillend met drie paar sokken en twee paar handschoenen aan de boel uitmesten is tot daar aan toe. Maar wat moet je, als kersverse, onervaren paardenhouder, als de waterleiding op stal bevroren is, de watertonnen in één nacht tijd veranderd zijn in een klomp ijs en alle drollen in de paddock ineens aan de grond vastgevroren zitten? Een vriendin uit de ‘grote stad’ geeft -  grinnikend – telefonisch advies: “twee emmertjes water halen, twee emmertjes pompen”. Morrend moet ik haar gelijk geven; er zit niets anders op. Zo lang het kwik beneden nul blijft, loop ik vijf tot zes keer per dag van de keuken naar de stal met twee emmers (lauw warm) water. Eén ding weet ik wel zeker: voor de volgende winter hebben wij in de stal ten behoeve van de waterbakken een boiler en circulatiesysteem geïnstalleerd!

 

Waren de meiden op de Amsterdamse manege vorig najaar nog jaloers op ons, toen we met verhalen kwamen over heerlijke buitenritten door het prachtige Drentse herfstlandschap, inmiddels zijn de rollen toch wel een beetje omgekeerd. Als je buiten alleen maar kunt stappen met je bonte vriend vanwege de keihard bevroren grond, zodat je zelf door en door koud wordt, is er toch wel wat te zeggen voor een luxe manege met binnenbak, warmwatervoorziening en solarium voor je paard…

 

Hebben we dan nu al spijt van onze ‘move’??? Zittend in de huiskamer, met de houtkachel aan en een kop warme chocolademelk onder handbereik, kijk ik naar Gijs en Talisha die – lekker fris in het hoofd door de vrieskou – samen door de wei spurten. Paarden voelen zich het lekkerst bij temperaturen tussen de -8 en +16, zo weet ik uit de literatuur. Onze twee gevlekte vrienden lijken dat volmondig te bevestigen. Zo lang er genoeg hooi voorradig is kan er wat Gijs en Talisha betreft blijkbaar niet genoeg sneeuw en ijs zijn.

De inloopstal - tijdens de regenachtige decembermaand nog veelvuldig gebruikt, vooral door Gijs - blijft leeg. Mevrouw en meneer staan lekker buiten en gaan er een of twee keer per dag zelfs bij liggen. Ze genieten. Vanuit de behaaglijk ware huiskamer geniet ik met ze mee. Het heeft toch wel wat, zo’n winter op het platteland!

 

Deze column is eerder gepubliceerd in de Battie, het blad van het Nederlands Stamboek voor Tinkers.