30. mei, 2013

Klaar voor Oranje (juni 2012)

Nou, Gijs en ik (Talisha van het Boterveen) waren er helemaal klaar voor, voor Oranje. Onze mensen hadden ons verteld dat het echt heel belangrijk is, dat voetbal. Ze hebben geprobeerd met uit te leggen hoe het spelletje werkt; iets over twee keer elf mannen die achter een bal aanrennen en dat ding in een netje moeten schoppen. Ze hebben zelfs geprobeerd om Gijs en mij het spel te leren; jullie zien daar hierbij een foto van. Het lukte niet echt. Gijs vond de bal doodeng en wilde niet meespelen. En ik vond het veel makkelijker om de bal met mijn neus te bewegen, in plaats van met mijn hoeven, maar dat mocht niet van mijn mensen.

 

Maar goed, dat voetbal is dus blijkbaar een zaak van internationaal belang. Cruciaal voor het imago van ons land. Volgens onze mensen moest iedereen daarom ‘onze jongens’ aanmoedigen door oranje dingen te dragen. Gijs en ik ook.

 

Nou, dat heb ik geweten! Ik moest uren (nou ja, drie kwartier) stil staan terwijl er oranje bloemetjes in mijn manen gevlochten werden. Voor Gijs - die een oranje lint in zijn manen en een oranje pluk in zijn voorlok kreeg - is zoiets geen probleem. Hij wordt minimaal een keer in de week gevlochten en is dat dus gewend. Bovendien is Gijs al zestien jaar en zo’n oude vent vindt het niet erg om een uurtje stil te staan. Maar ik ben op 27 juni pas drie geworden en langer dan tien minuten op de poetsplaats verblijven vind ik tijdverspilling.

 

Pff, het was echt afzien! En toen bleek een paar uur later ook nog dat het allemaal voor niets geweest was. ‘Onze jongens’ hadden verloren! Van een of ander onbelangrijk landje in het Noorden van Europa, waarvan de mensen niet eens wisten dat ze daar konden voetballen! Dat is dus mooi de laatste keer geweest dat ik me zo laat uitdossen voor een stom mensenspelletje.

 

Nee, voortaan zie je mij alleen nog maar in het oranje als onze eer in de paardensport op het spel staat. Want ook al sta ik liever niet zo lang stil, ik zal er voor de Olympische Spelen toch weer aan moeten geloven. Ga ik lekker Adeline en Parzival aanmoedigen. Laat Gijs die oudjes Anky en Salinero maar toejuichen. Hup, Holland, hup!

 

Door: Talisha van het Boterveen, met dank aan Els Buiting voor het uittypen

 

Deze column is eerder gepubliceerd in de Battie, het blad van het Nederlands Stamboek voor Tinkers.