Column Battie

30. mei, 2013

Ze heet Valerie, is veertien jaar, blond, bevallig en stapelverliefd… op Gijs. Hij is haar eerste grote paardenliefde. Natuurlijk waren er wel eerder ponyvriendjes, maar ja, dat waren manegepony’s. Een echte relatie met hen opbouwen zat er dus niet in. Terwijl haar moeder jarenlang eerste bijrijdster van Gijs geweest is, en het wel prima vond als haar dochter meeging om te poetsen en tuttelen. Gijs was voor hen dus bijna een eigen paard. En dan groeit een paardenvriendschap bij kleine meisjes al snel uit tot echte liefde…

(Uit die liefde is trouwens een heuse Tinkerwebsite voorgekomen, uiteraard getiteld ‘Liefde voor Tinkers’. Ga gerust eens kijken, u vindt ‘m op: http://tinkerlovee.hyves.nl/. Gijs is op die pagina’s uiteraard het stralende middelpunt, met Talisha in een klein bijrolletje. Maar ook andere Tinkermeiden betuigen er hun liefde voor hun eigen bonte vrienden.)

 

Kunt u zich het verdriet voorstellen, toen wij besloten om Valeries grote liefde uit Amsterdam te ontvoeren naar Drenthe? Tranen met tuiten. Helaas konden zelfs haar bedroefde mooie ogen vol dikke tranen ons niet doen afzien van de verhuisplannen. “We doen het juist ook voor Gijs. Hij krijgt daar een veel beter leven.” Ja, dat wist zij natuurlijk ook best. Maar intussen was zij wel mooi haar trouwe, geduldige, allerliefste kameraad kwijt!

Natuurlijk mag ze altijd op bezoek komen. En gelukkig voor Valerie is haar mama stiekem ook een beetje verliefd, dus die kan ook niet al te lang zonder Gijs. Met als resultaat dat wij ongeveer elke twee maanden een weekend lang kunnen beschikken over de hulp van het hele gezin bij het verzorgen van de paarden én het klussen in huis, stal, weide en tuin. Wat ons betreft een echte win-win-situatie.

 

Maar nu overweegt moeders de aanschaf van een “eigen beestje”, al dan niet van de gevlekte soort waar wij NSvT’ers zo dol op zijn. En vader, die het onderwerp ‘eigen paard’ jarenlang handig heeft weten te ontwijken, begint toe te geven. Hij ging de laatste tijd in Amsterdam regelmatig mennen met Gijs en mist dit toch wel een beetje…

Ai! Zou Gijs zijn lieve vriendinnetje – en wij onze gratis werkkrachten – kwijt gaan raken?!? “Mfff, ik denk van niet”, aldus de oudste dochter Leanne, die als puber het hele gebeuren beziet met die typische, ietwat afstandelijke geringschatting waarmee meiden van die leeftijd naar ouders en jongere zusjes kijken. “Ze zijn gewoon op zoek naar een tweede Gijs. En die bestaat toch niet!”

Een uitspraak waarmee ze trouwens onbewust laat doorschemeren dat onze gevlekte kanjer toch ook wel een speciaal plaatsje in háár hart heeft. Maar ik denk wel dat ze gelijk heeft. Zelfs als dat echte eigen paard er komt, geloof ik niet dat we af zullen moeten zien van de gezellige (en productieve) bezoekjes van onze vrienden. Je eerste echt liefde, die vergeet je toch zeker nooit?!?

 

Deze column is eerder gepubliceerd in de Battie, het blad van het Nederlands Stamboek voor Tinkers.

 

30. mei, 2013

Terug naar de natuur. Dat was zo’n beetje het idee, toen Hans en ik besloten om te verhuizen van Amsterdam naar Drenthe. En het is natuurlijk heerlijk, als je in augustus bij een lekker zonnetje in je eigen tuin achter een glaasje zit. Kijkend naar je paardjes, die dolgelukkig op de wei naast die tuin staan te smullen van overheerlijk zomergras. Maar in januari, bij een temperatuur van -10 en een gevoelstemperatuur van -17 is het toch een ander verhaal.

Rillend met drie paar sokken en twee paar handschoenen aan de boel uitmesten is tot daar aan toe. Maar wat moet je, als kersverse, onervaren paardenhouder, als de waterleiding op stal bevroren is, de watertonnen in één nacht tijd veranderd zijn in een klomp ijs en alle drollen in de paddock ineens aan de grond vastgevroren zitten? Een vriendin uit de ‘grote stad’ geeft -  grinnikend – telefonisch advies: “twee emmertjes water halen, twee emmertjes pompen”. Morrend moet ik haar gelijk geven; er zit niets anders op. Zo lang het kwik beneden nul blijft, loop ik vijf tot zes keer per dag van de keuken naar de stal met twee emmers (lauw warm) water. Eén ding weet ik wel zeker: voor de volgende winter hebben wij in de stal ten behoeve van de waterbakken een boiler en circulatiesysteem geïnstalleerd!

 

Waren de meiden op de Amsterdamse manege vorig najaar nog jaloers op ons, toen we met verhalen kwamen over heerlijke buitenritten door het prachtige Drentse herfstlandschap, inmiddels zijn de rollen toch wel een beetje omgekeerd. Als je buiten alleen maar kunt stappen met je bonte vriend vanwege de keihard bevroren grond, zodat je zelf door en door koud wordt, is er toch wel wat te zeggen voor een luxe manege met binnenbak, warmwatervoorziening en solarium voor je paard…

 

Hebben we dan nu al spijt van onze ‘move’??? Zittend in de huiskamer, met de houtkachel aan en een kop warme chocolademelk onder handbereik, kijk ik naar Gijs en Talisha die – lekker fris in het hoofd door de vrieskou – samen door de wei spurten. Paarden voelen zich het lekkerst bij temperaturen tussen de -8 en +16, zo weet ik uit de literatuur. Onze twee gevlekte vrienden lijken dat volmondig te bevestigen. Zo lang er genoeg hooi voorradig is kan er wat Gijs en Talisha betreft blijkbaar niet genoeg sneeuw en ijs zijn.

De inloopstal - tijdens de regenachtige decembermaand nog veelvuldig gebruikt, vooral door Gijs - blijft leeg. Mevrouw en meneer staan lekker buiten en gaan er een of twee keer per dag zelfs bij liggen. Ze genieten. Vanuit de behaaglijk ware huiskamer geniet ik met ze mee. Het heeft toch wel wat, zo’n winter op het platteland!

 

Deze column is eerder gepubliceerd in de Battie, het blad van het Nederlands Stamboek voor Tinkers.

 

 

 

30. mei, 2013

Sommigen mensen willen dit liever niet weten, maar het is wreed om één paard te houden. Paarden zijn immers groepsdieren. Dus gingen Hans en ik na onze verhuizing op zoek naar een gevlekt kameraadje voor onze kanjer. Het geluk was met ons, want we vonden al heel snel een fantastisch paardje: Talisha van het Boterveen. Dochter van Mara, een van de fokmerries van Stal het Boterveen in Wapse, en de hengst O’Malley van de Irish Tinker Stable uit Ees. Je zou dus kunnen stellen dat Talisha een puur Drents fokproduct is. Dat maakt haar wat ons betreft extra leuk; wij zijn sinds kort zelf immers import-Drentenaren.

 

Nog mooier is dat Talisha niet alleen een heel lief karakter heeft, maar dat ze met twee jaar en drie maanden al 1.60 meter hoog is. Ze is dus een echte Vanner en wordt naar verwachting minstens zo groot als Gijs. Daarmee kan Hans in de toekomst zijn droom, mennen met een eigen tweespan, in vervulling laten gaan. Maar wat zou Gijs ervan vinden?!?

 

De eerste dagen na de komst van Talisha waren we niet erg hoopvol. Gijs liep voortdurend met de oren plat in de nek en zat Talisha de hele dag op de huid: “mijn hooi, mijn water, mijn wei, mijn stal, blijf daar af, ga daar weg en doe wat ik zeg of anders…”.  En waar we nog steeds elke keer om moeten lachen: Gijs was er hier in Drenthe al snel aan gewend dat hij bij zonsondergang in zijn box gevoerd wordt. Na enkele dagen ging hij ertoe over om Talisha zodra de zon achter de bomen verdwijnt naar haar box te drijven (we hebben een inloopstal, dus de paarden kunnen gewoon in en uitlopen). Sindsdien zet Gijs Talisha elke dag binnen en gaat vervolgens zelf in z’n eigen box staan, met een zelfvoldane trek op z’n snoet alsof hij zeggen wil: laat het eten maar komen!

 

Zou dat enorme dominantiegedrag komen doordat Gijs bij zijn vorige vriendin niets te zeggen had? Of wilde hij die puber, die ineens zijn leefwereld binnen was komen galopperen, op haar plaats zetten? Of zag hij Talisha gewoon echt niet zitten? In dat laatste geval hadden we toch wel een probleempje. Hans en ik konden weliswaar met Stal het Boterveen de afspraak maken dat Talisha bij hen terug mocht komen als het niet zou klikken met Gijs, maar wij waren intussen al erg dol op haar…

 

Na een kleine week kwam de ommezwaai. Ik zag meneer en mevrouw ineens gezellig samen groomen op de wei. De dag daarna had het ’s nachts gevroren en was het ’s ochtends erg koud. Talisha had de kolder in de kop galoppeerde als een gek door de paddock. Maar alleen galopperen is natuurlijk niet zo leuk. Dus werd Gijs net zo lang lastig gevallen tot hij meedeed. Een prachtig gezicht, zoals die twee samen aan het stoeien waren.

 

Het komt dus wel goed tussen die twee. Wat een opluchting! Inmiddels is Gijs veel meer ontspannen bij Talisha. Hij doet zelfs weer zijn gebruikelijke ochtend-dutje, liggend in de zandpaddock voor de stal. Talisha staat dan vlak bij over hem te ‘waken’. Het ziet eruit als pril geluk. 

 

 

Deze column is eerder gepubliceerd in de Battie, het blad van het Nederlands Stamboek voor Tinkers.