De ene dag ligt ‘ie op je bank, de volgende dag regeert hij je wereld!

“Mijn hond ligt bij mij in bed en zit bij me op de bank, is dat fout?”

“Klopt het dat je altijd voor je hond uit de deur uit moet gaan?”

“Mijn hond trekt vaak aan de lijn, dat betekent toch dat hij de baas wil spelen?“

“Ik heb gehoord dat trek- en bijtspelletjes leiden tot agressieve honden, is dat echt zo?”

“Is het waar dat je een hond nooit mag laten winnen bij spelletjes? “

 “Mijn hond gromt als ik zijn voerbak weg wil pakken, dan is hij toch zeker dominant?!?”

 

Allemaal vragen die iedereen die met honden werkt regelmatig tegenkomt. Tijd dus om de antwoorden op een rij te zetten….

 

Al deze vragen hebben in feite dezelfde oorsprong. Namelijk iets wat onder deskundigen bekend staat als de dominantietheorie. Deze theorie is ontwikkeld in de eerste helft van de vorige eeuw. Tot zo’n vijftien jaar geleden baseerde iedereen de opvoeding en training van honden hierop.

De dominantietheorie gaat uit van het idee dat de mens te allen tijde de dominante baas van de hond moet zijn. Anders zal de hond onvermijdelijk proberen om zélf de ‘ranghogere’  te worden. Elk ongewenst gedrag van de hond wordt in deze theorie gezien als ‘dominant gedrag’, dat (zo nodig met harde hand) moet worden onderdrukt. De baas moet zich koste wat kost gedragen als een echte roedelleider ofwel  ‘alfa’. De hond moet zijn plaats kennen: onderaan de rangorde.

 

Vraag: wat betekent het woord dominantie eigenlijk?

Dit zegt het woordenboek: “Toestand dat iets of iemand meer invloed of macht heeft dan de rest”. En ook: “overheersing”, “heerszucht” en “overwicht”. 

Dominantie in zijn algemeenheid heeft dus alles te maken met een hoge status ofwel bovenaan staan in de rangorde. Volgens de dominantietheorie willen honden ons dus graag overheersen.

  

Maar waar komt het idee vandaan dat honden graag dominant willen zijn?

Wetenschappers bestudeerden in de eerste helft van de vorige  eeuw groepen wolven  in de dierentuin. Deze wolven moesten gedwongen samenleven in een kleine ruimte. Bovendien waren het willekeurig bij elkaar gebrachte individuen, die geen familieband met elkaar hadden. Door de situatie waarin ze leefden hadden de wolven ook nog eens het idee dat er misschien niet genoeg voedsel zou kunnen zijn voor iedereen.

Deze wolven vochten onderling, met name om voedsel, het recht om te paren, om een goede slaapplaats enzovoorts. De wolf die als winnaar uit die gevechten tevoorschijn kwam werd door de wetenschappers de ‘alfa’ genoemd, hij was de baas van de roedel. Dan volgde nummer twee, nummer drie enzovoorts. Dit heet een lineaire hiërarchie. De enige manier waarop een wolf in zo’n groep meer voedsel kon krijgen of het recht om te paren of op iets anders kon verwerven was door te proberen een ‘ranghogere’ wolf  te verslaan in een gevecht.

Op basis van deze gegevens is de dominantietheorie ontstaan.

In die tijd ging men ervan uit dat honden direct afstamden van de wolf en dat zij dus vergelijkbaar gedrag moesten vertonen als de onderzochte wolven. De logische conclusie was dat honden er óók altijd op uit moesten zijn om hogerop te komen. Wilde jij je hond de baas blijven, dan zat er niets anders op dan zélf de alfa te worden en koste wat kost te blijven. De hond moest altijd onderdanig zijn en mocht zelfs geen spelletje winnen. Daarbij mocht je gerust geweld gebruiken; wolven (en dus ook honden) vochten immers ook onderling om de eerste plaats….

 

Inmiddels weten we beter

Sinds de jaren vijftig is er veel onderzoek gedaan naar zowel het gedrag van in het wild levende wolven als naar het gedrag van wilde honden en huishonden. Daaruit zijn een aantal feiten naar voren gekomen die de dominantietheorie onderuit halen:

 

Feit: in het wild levende wolven vertonen totaal ander gedrag dan de dierentuinwolven die als basis dienden voor de dominantietheorie. Wolven in het wild leven in de regel in familiegroepjes: vader, moeder en één of meer groepen jongen in verschillende leeftijden. Ze hebben een enorm territorium en moeten samenwerken om te kunnen overleven. Ze hebben een gezinsstructuur, waarbij de ouders niet bezig zijn met het continu bevestigen van een dominante positie, maar met het beschermen en verzorgen van hun nakomelingen.

Het is zelfs zo dat de ouders niet eten als er te weinig voedsel is. Bij voedselschaarste voeden krijgen de jongste dieren als eerste eten. Als een jongvolwassen wolf eraan toe is om te paren maakt deze geen ruzie met de ouders, maar verlaat hij of zij de roedel en gaat op zoek naar een andere solitaire wolf en een eigen territorium.  In geen enkele studie is waargenomen dat een dier binnen een wilde wolvenroedel met pijn werd gecorrigeerd voor die dingen waar mensen hun hond voor corrigeren: eten jatten, iets stukmaken, plassen waar dat niet mag, op de verkeerde plek gaan liggen, voorop lopen, enzovoorts!

 

Feit: de wolf van nu kun je zien als de wilde neef van onze hond, maar zeker niet als zijn voorouder; de eerste honden zijn afstammelingen van een wolfachtige die vandaag de dag is uitgestorven. De voorouder van de hond leek qua gedrag meer op de hedendaagse wilde hond dan op de moderne wolf: het was een aaseter, die hooguit jaagde op kleine dieren en geen jager op groter wild.

Voor deze honden waren sociale banden minder belangrijk dan voor de moderne wolf. Hij hoefde immers niet samen te werken om te jagen en te overleven. Hij leefde van afval van de mens. Voor deze dieren was het belangrijker om minder schuw te worden tegenover mensen, zodat ze de mogelijkheid hadden rond menselijke nederzettingen te scharrelen op zoek naar voedsel.

 

Feit: het gedrag van hedendaagse wilde honden is totaal anders dan dat van gevangen- of zelfs wilde wolven. Ze leven niet in een roedelverband, maar in los-vaste groepen. Ze vinden elkaar daar waar voedsel is en gaan daarna weer gemakkelijk uit elkaar. Meestal voedt de teef haar jongen alleen op, zonder hulp van de vader. Ook zijn wilde honden veel toleranter naar elkaar dan wolven die geen familie zijn.

 

Feit:  de wolfachtige waarvan onze huishond afstamt is al meer dan tienduizend (!) jaar geleden voor het eerst gedomesticeerd. Daarna is door selectief fokken een dier ontstaan dat zowel in uiterlijk als in gedrag enorm afwijkt van zijn neef, de moderne wolf.

 

Conclusie van dit verhaal: een hond is een hond; géén tamme wolf!

 

Maar is een hond dan nooit dominant?

Nee! Voor zo ver nu bekend is uit wetenschappelijk onderzoek is ‘dominantie’, in de zin van je status willen verhogen ten koste van een ander (baas of andere hond) , simpelweg niet iets wat een hond in zich heeft.

Echter: diegenen onder jullie die al langer honden hebben zullen nu wel denken: “toch zie ik wel degelijk af en toe gedrag onder honden dat volgens mij dominant is”. Dat is op zich niet onjuist…. Dus wordt het hele verhaal nu een beetje ingewikkeld.

 

Honden onderling kunnen in sommige situaties wel zogenaamde “dominante gedragingen” vertonen. Dit wil zeggen: manieren waarom honden proberen andere honden te imponeren, wederzijds te bepalen hoe sterk de ander is en om serieuze gevechten te voorkomen. Vergelijk het met mannen die gaan armpje drukken om indruk te maken op elkaar of op een toekijkende vrouw die zij allebei interessant vinden.

 

Er zijn vierwetenschappelijk bewezen dominante gedragingen:

· Bestijgen.

· Poot of kop op schoft leggen.

· Bovenstaan, voorstaan of blokkeren.

·Over de snuit bijten.

Dit wil zeggen dat deze vier gedragingen bedoeld kunnen zijn om andere honden te imponeren. Bestijgen kan bijvoorbeeld ook het gevolg zijn van stress of – als er een loopse teef in het spel is – voortkomen uit seksuele gevoelens.

Van elk ander gedrag (bijvoorbeeld markeren) is niet aangetoond dat het is bedoeld om te imponeren c.q. als dominante gedraging.

 

Naast dominante gedragingen bestaat  dominantie bij honden onderling wel als relatiebegrip. Dit is het beste uit te leggen aan de hand van een voorbeeld: als ik sta les te geven ben ik strikt gesproken dominant over mijn leerlingen. Maar stel dat één van die leerlingen mijn paardrijinstructeur is, dan is zij dominant over mij op het moment dat ik bij haar in de les zit. Er is bij ons dus sprake van wisselende relatieverhoudingen, afhankelijk van de situatie. Dit komt ook bij honden onderling voor, maar niet tussen hond en baas.

Overigens: ik kan mij wel dominant gaan gedragen, maar mijn leerlingen bepalen of ik ook dominant ben. Als zij niet naar mij willen luisteren kan ik dominant doen tot ik een ons weeg, ik ben dan niet dominant. Zo is het ook bij dieren. Het is niet de hond met de dominante gedragingen die bepaalt dat hij dominant is, maar de andere partij!

De andere partij kan aangeven dat de eerste hond op dit moment en in deze situatie dominant is door submissief (= onderdanig) gedrag te vertonen:

· Op de rug liggen

· Pootje heffen

· Likken van de mondhoeken van de ander

· Onder de kop van de ander doorlopen

· Overdreven kwispelen

Dit gedrag wordt ook wel dominantie-erkenning genoemd. Dit gedrag wordt altijd vrijwillig getoond. Erkenning van dominantie kan niet worden afgedwongen!

 

Nogmaals: voor zo ver nu bekend is uit wetenschappelijk onderzoek is ‘dominantie’, in de zin van je status willen verhogen ten koste van een ander (baas of andere hond), simpelweg niet iets wat een hond in zich heeft. En daarmee is de dominantietheorie dus definitief achterhaald.

 

Maar als de dominantietheorie in de prullenbak ligt en wolvengedrag geen aanwijzingen geeft voor hondengedrag, hoe moeten we dan wél met onze honden omgaan?

 

Vraag: wat wil een hond in dit leven?

Een hond wil eten en drinken, veiligheid, sociaal contact, aandacht, beweging, mentale uitdagingen, paren, structuur en voorspelbaarheid.

Een hond heeft geen behoefte aan een dominante  ‘roedelleider’ of ‘alfa’ die hem zijn wil oplegt, maar aan een betrouwbare leider die in zijn basisbehoeften voorziet. Een leider die duidelijk en consequent, maar met zachte hand en geduld, regels stelt.

 

Dit alles wil niet zeggen dat er nooit conflicten zijn tussen honden onderling of tussen baas en hond. Alleen dat die conflicten nooit met status te maken hebben en dat het dus ook niet echt effectief is als wij proberen om conflicten met onze hond of tussen honden onderling op te lossen door ons op te stellen als agressieve, dominante alfaleider.

Het is overigens best mogelijk dat deze houding tijdelijk of zelfs op langere termijn succes heeft. Dat komt simpelweg omdat de hond zich ‘overgeeft’ omdat hij te bang is om zich nog langer te verzetten, niet omdat hij inziet dat zijn baas de dominante ‘alfa’ is.

 

Waarom dan toch conflicten?

 

Reden één: angst!

Veel conflicten tussen baas en hond en tussen honden onderling komen voort uit angst. Een hond kan zich bijvoorbeeld bedreigd voelen door een vreemde die zich onverwacht over hem heen buigt, een klein kind dat aan zijn oren of staart trekt, de dierenarts die een pijnlijke plek wil aanraken, of de baas die tegen de hond schreeuwt of hem uit boosheid hard vastpakt. Maar ook door een andere hond die blaft, te dichtbij komt of erg imposant overkomt.

 

Als een hond zich bedreigd voelt heeft hij maar vier manieren waarop hij op die dreiging kan reageren:  vechten, vluchten, bevriezen of ‘flirten’ (in het Engels de vier F’s: fight, flight, freeze & flirt).

 

Vechten: als een bedreigde hond besluit om te vechten en een bijtbeweging maakt, trekken wij mensen bijna altijd in een reflex onze hand terug, ook al is het maar een fractie van een seconde. Voor de hond is dat genoeg bewijs dat zijn gehap werkt! Hoe vaker een hond succes heeft met grommen, snauwen en happen, hoe meer zelfvertrouwen hij krijgt en hoe agressiever hij wordt.

 

Vluchten: een hond kan wegrennen, maar leert vaak al snel dat dit maar tijdelijk werkt. Namelijk totdat de baas hem te pakken krijgt. En dan wordt het meestal nog erger, omdat de hond dan nog (extra) gestraft wordt ook.

 

Bevriezen: dieren kunnen soms zó bang zijn dat ze totaal bevriezen. De hond heeft uiteraard niets aan deze strategie als een mens hem wil straffen, want de straf komt dan toch.

 

‘Flirten’: dit wil zeggen dat de hond zogenoemde ‘kalmerende signalen’ inzet om te voorkomen dat de situatie uit de hand loopt. Dit werkt in sommige situaties, maar natuurlijk niet als een mens vastbesloten is om de hond op zijn donder te geven.

 

Als we terug kijken op deze vier strategieën heeft de hond eigenlijk maar één strategie die kans van slagen heeft als een mens van plan is om hem te straffen: agressief worden! Dus… wie denkt nog steeds dat straffen de beste manier is om een hond “een lesje te leren”?!?

 

Vraag: hoe herken je (dreigende) agressie bij honden?

 

Agressie is herkenbaar aan:

· verstarren (stijve kwispel),

· fixeren (dwz strak aanstaren),

· tonen boventanden (soms met open bek; dat heet agressieve bijtintentie),

· bijten,

· hard blaffen,

· laag, eentonig grommen,

· aanvallen.

 

Reden twee voor conflicten: alles voor een bal

In plaats van de dominantietheorie gebruiken wetenschappers nu het ‘resource holding potential model’ als uitgangspunt om veel ongewenst of agressief gedrag te verklaren. Die moeilijke term mag je gelijk weer vergeten, maar ik zal uitleggen wat die betekent.

 

Vraag: waarom maken mensen ruzie?

Geld of andere bezittingen, liefde (of sex J ), jaloezie en dergelijke…. Allemaal zaken die in een tv-serie aanleiding kunnen zijn voor een ruzie of zelfs moord en doodslag. Bij honden is het niet anders. Zij willen ook allerlei dingen hebben.

 

Om te overleven hebben alle dieren (inclusief mensen) bepaalde bronnen nodig: voedsel, water, een schuilplaats en, om als soort te overleven, een seksuele partner. Dit soort waardevolle zaken worden ‘sleutelbronnen’ (key resources) genoemd. Welke dingen beschouwd worden als sleutelbron is afhankelijk van de omstandigheden. Bijvoorbeeld: in Nederland is meer dan genoeg water, dus het is voor ons niet zo heel bijzonder, maar in de woestijn kan een klein beetje water goud waard zijn.

 

Daarnaast zijn er ook dingen die niet nodig zijn om te overleven, maar die het leven wel makkelijker of aangenamer maken.  Een fijne bank om op te zitten, een leuk speelgoedje, aandacht van een geliefd persoon of een extra lekkere traktatie. Allemaal zaken die zowel voor mensen als voor honden van belang kunnen zijn. Voor sommigen zelfs van zo’n groot belang dat ze ervoor willen vechten. Zeker als ze al geleerd hebben dat ze een dergelijk gevecht kunnen winnen…

 

Sommige honden doen alles voor een bal, terwijl anderen bereid zijn te knokken voor een botje. De derde verdedigt zijn mand zo nodig met zijn leven. Weer anderen zijn zo gehecht aan hun baas dat ze direct agressief reageren als een andere hond zelfs maar naar de baas kijkt. Dit noemen de gedragsdeskundigen ‘resource guarding’. Een heel bekend voorbeeld hiervan is de hond die gromt als iemand bij zijn volle voerbak in de buurt komt.

 

Honden kunnen bepaalde dingen dus zo belangrijk vinden dat dat ze bereid zijn ervoor te vechten. Met andere honden, maar soms ook met andere mensen of zelfs met de eigen baas. Ze maken echter altijd eerst een supersnelle afweging: hoe groot is de kans dat ik win als dit conflict in een gevecht uitmondt? Die inschatting maakt de hond op basis van (leer)ervaringen. Als een hond ervaren- of geleerd heeft dat agressie werkt om iets te krijgen of te behouden, zal hij een volgende keer opnieuw agressie inzetten om (gedaan) te krijgen wat hij wil!

 

Bij alles wat iemand met een hond doet leert de hond iets. Een goede leider zorgt ervoor

dat dit positieve leerervaringen zijn!

 

Stimuleer gewenst gedrag met complimentjes, voertjes, aandacht en spel. Op die manier leert de hond al snel dat goed gedrag zeer belonend is. Richt de training en opvoeding van je hond zó in dat hij geen fouten kán maken en beloon elke stap in de juiste richting.

Probeer ongewenst gedrag zo veel mogelijk te voorkomen. Gebruik daarvoor waar nodig zaken als een riem, traphekje of bench. Als voorkomen niet lukt wordt ongewenst gedrag waar mogelijk genegeerd of omgebogen naar een alternatief, gewenst gedrag. Bijvoorbeeld: leer een hond die bij elke begroeting tegen je opspringt om je hand aan te raken (“touch” in het Engels) in plaats van te springen. Of leer je hond naar jou te kijken en met je te spelen in plaats van fietsers na te jagen.

 

Gebruik geen dwang, doe je hond geen pijn en jaag hem geen angst aan. Elk dier (inclusief de mens) dat wordt gedwongen, pijn heeft of bang is, maakt adrenaline aan en hoe hoger de adrenalinespiegel, des te lager het leervermogen!

 

Algemene tips:

·  Doe je huiswerk: zorg dat je zo veel mogelijk te weten komt over het door jou gekozen ras, zodat je weet wat je van je hond kunt verwachten en hoe je hier het beste mee om kunt gaan.

· Steek er veel tijd in om je pup te socialiseren met vreemde honden, mensen en andere dieren. Laat hem wennen aan vreemde voorwerpen, geluiden, handelingen en situaties.

· Begin zo vroeg mogelijk met trainen. Socialisatie en basale gehoorzaamheidstraining gaan hand-in-hand. Gebruik op beloning gebaseerde, motivatieverhogende trainingsmethoden.

· Zorg voor duidelijke (huis)regels en hanteer die regels consequent.

· Wees eerlijk tegen je hond en geef hem gelegenheid om te leren. Een hond opvoeden en trainen kost tijd, dus heb geduld!

· Leer de lichaamstaal van je hond lezen.

· Wees consequent!!!

 

Dit artikel is geschreven door Els Buiting

  

Meer informatie

Over het dominantiemodel: http://www.doggo.nl/artikelen/hondengedrag/dominantiemodel.php

Over resource guarding: https://positively.com/dog-behavior/aggression/resource-guarding/

Over resource guarding, met goede tips om probleemgedrag op te lossen:

https://grishastewart.com/resource-guarding/

 

Bronnen: Cursusboek O&O, Module A: gedrag en Leerprincipes hond;  Dominance in dogs: Fact or Fiction? door Barry Eaton.